Mark van Baal schreef in het Technisch Weekblad
( 6 juni 2009 ):

Ingenieurs: slim, maar niet gewiekst

Carrière ingenieurs zijn vaak de slimste jongetjes en meisjes van het bedrijf. Toch hebben ze soms moeite zich staande te houden tegenover hun collega's met eenvoudiger scholing.

Slim
Anneloes van Haaren (39) studeerde civiele techniek in Delft, maar werkte het grootste deel van haar carrière tussen de bankiers. Ze heeft bij ING het verschil tussen alfa's en bèta's duidelijk gezien. 'Een bankier is bij wijze van spreken dagelijks zijn successen aan het uitventen. Een ingenieur denkt: "Het is toch duidelijk wat ik doe en dat ik dat goed doe"', zegt ze. Sinds 2005 is ze zelfstandig coach; onder haar klanten bevinden zich veel ingenieurs.
Er zijn drie zaken waarmee veel technici moeite hebben, vertelt Van Haaren: communicatie, de stap van expert naar manager en het spanningsveld tussen kwantiteit en kwaliteit. 'Als je van expert manager wordt, moet je je goed realiseren dat de competenties die je daar hebben gebracht, niet de competenties zijn die je als manager verder brengen. Het loslaten van de inhoud en het durven delegeren is voor veel mensen moeilijk. Je hebt tijdens een vergadering niet alle cijfers meer paraat en daar moet je je comfortabel bij voelen.'
Ingenieurs worstelen ook vaak met hun hang naar exactheid. 'Ze willen het perfect doen en raken soms gefrustreerd en gestresst als dat niet lukt.' Van Haaren laat de mensen die ze coacht altijd een persoonlijkheidstest doen waaruit twee dominante persoonlijke drijfveren naar voren komen. 'Bij ingenieurs staat perfectionisme altijd op één en de wens om goed geïnformeerd en slim te zijn vaak op twee.'
Peter van Alphen (49) worstelde met zijn hang naar perfectionisme. Hij studeerde hts-energie-techniek en is softwaremanager bij een multinational. Hij riep de hulp van Van Haaren in, omdat hij bang was overspannen te raken. Over de onderdelen van een project waarover hij als projectleider geen directe controle had, maakte hij zich druk. Ook 's avonds en in het weekend. Aan het eind van het coachingstraject besloot Van Alphen dat hij geen manager wilde worden, maar specialist wilde blijven. Hij leerde ook beter communiceren, bijvoorbeeld collega's binnen projecten beter aan te spreken. Bot zijn is niet hetzelfde als duidelijk zijn, zoals veel ingenieurs denken. 'Vroeger schreef ik een e-mail waarin ik zette dat ik A, B en C van iemand verwachtte en voor welke tijd.' Hij vond het dan raar als die collega pas bij het verstrijken van de deadline aangaf het niet gehaald te hebben. 'Nu ga ik een kwartiertje met hem zitten en bespreek A, B en C. Dan kom ik er meteen achter dat hij op een ander moet wachten voor hij C kan doen.'

Vriendelijke kop en staart
Een Delftse ingenieur civiele techniek (41), die bij een adviesbureau werkt, leerde ook e-mails schrijven: 'Ik schrijf nu eerst het midden van de e-mail, waarin staat wat ik wil. Vroeger liet ik het daarbij. Nu schrijf ik er daarna een vriendelijke kop en staart aan.' Ze wil niet met haar naam in de krant.
'Als je in Delft bent afgestudeerd, heb je de indruk dat je alles kan', vertelt ze verder. 'Met die zelfverzekerdheid kun je het lang volhouden, maar op een gegeven moment doet inhoud er niet meer toe. Dan het gaat om politieke spelletjes en draagvlak.' Een collega, die geschiedenis had gestudeerd, kreeg meer voor elkaar dan zij. Zij wist en kon inhoudelijk veel meer, maar hij was makkelijker in de omgang. Een ander voorbeeld: een nieuwe directeur nam een paar vriendjes aan, waardoor ze uitgerangeerd werd op een bepaald project. 'Het doet er dan niet toe of je je werk goed doet, maar wie je kent.'
'Een academisch opgeleide ingenieur denkt de wereld aan te kunnen met zijn analytisch vermogen, maar dan blijkt de wereld anders te zijn', vat ze samen. Ze leerde draagvlak creëren, een relevant netwerk opbouwen en bedrijfspolitieke spelletjes spelen.
Werken aan de relatie en de sfeer. het klinkt als een cliché, maar het is voor ingenieurs niet vanzelfsprekend. Net als eens een keer bij de directeur gaan buurten, ook al heb je niets inhoudelijks te bespreken, zoals de civiel ingenieur deed. Na een uur had ze een extra project. 'Zo werkt het dus', dacht ze toen ze zijn kamer verliet.
`Een academisch opgeleide ingenieur denkt de wereld aan te kunnen met zijn analytisch vermogen, maar dan blijkt de wereld anders te zijn'